Hypnerotomachia Poliphili als 15e-eeuws sponsoringstraktaat

Er zijn mogelijk vele betekenislagen te ontwaren in de Hypneromachia Poliphili, indien je een idee wilt hoe dat er zou kunnen uitzien, bekijk dan hoe Dante zelf de verschillende structuurlagen van de Divina Commedia uitlegt in een brief aan Cangrande (1). Zelfs Dante zegt duidelijk dat er enerzijds het letterlijke of historische (voor hem zijn dit synoniemen) niveau is en anderzijds het niet-letterlijke (allegorisch is de brede zin: ‘iets anders zeggend’) niveau. Dit allegorische niveau kan zelf allegorisch, moreel of anagogisch van aard zijn.

Het is prachtig om het van een meester zoals Dante zelf te horen: het eerste niveau van lezen is het letterlijke niveau, het historische niveau. Er zijn toch een aantal zaken die opvallend zijn aan de historische context van de originele editie van de Hypnerotomachia, namelijk Venetië 1499.

Venetië, 1499

Venetië was sinds de instorting van het West-Romeinse rijk (in 410 n. Ch. neemt Alarik Rome in) een toevluchtsoord voor rijke handelslieden die bescherming zochten van de invallen van de Hunnen, Visigoten en andere stammen. Het is werkelijk in een moeras op als paaldorp begonnen, omdat men daar de meeste bescherming van de barbaren had, schepen was enige omvang liepen gewoon vast in het moeras. Venetië, omdat het geen eigen grondstoffen bezit, is aangewezen op handel en scheepvaart en ontwikkeld dan ook snel een geprivilegieerde handelspositie met het nieuwe centrum van de middellandse zee: Byzantium aka Constantinopel aka Istanbul. (2)

In 1082 wordt het eerste moderne handelsverdrag getekend tussen Venetië en Constantinopel en het zal de basis vormen voor een eeuwenlange verbintenis tussen de twee steden. Toch is het niet al rozengeur en maneschijn, zo blijkt. Wanneer de 4e kruistocht via Venetië komt, slagen de Venetianen erin het doel van de kruistocht die religieus was, om te buigen naar een aanval op Constantinopel, die uiteindelijk lukt en de Venetianen gedurende een halve eeuw controle geeft over grote delen van de stad. In 1261 neemt de Byzantijnse keizer terug bezit van de stad, die vervolgens verkiest met Genua handel te voeren.

Het handelsverdrag en de Venetiaanse vestigingen in Byzantium blijven natuurlijk een feit en deze stad was waarlijk het centrum van de beschaving in de loop van de hoge en late middeleeuwen. Het Ottomaanse rijk was zich al sinds de 11e eeuw aan het consolideren, geholpen natuurlijk door de verminderde van Constantinopel na de plunderingen. Vanaf de 14e eeuw trokken de Turken Griekenland binnen en de meeste geleerden (en hun kennis in manuscripten) zochten veiliger oorden op in Constantinopel en deze stad wordt de locatie bij uitstek waar tegen het einde van de middeleeuwen de herbronning aan de klassieke teksten kan beginnen. Het wordt gedurende 200 jaar een plaats waar het beste van de Egyptische, Griekse, Romeinse, Joodse en Ottomaanse cultuur samenkomen. Het is deze mengelmoes van culturele kruisbestuivingen die doorheen de Poliphile waait, maar er is ook de rouw, om het verlies. Van wat waar en hoe?

De val van Constantinopel, 1453

Niemand van de lezers uit 1499 zou dit boek kunnen lezen zonder terug te denken aan 1453: Constantinopel valt, wordt ingenomen door de Turken en de hele stad, voorheen een architecturaal wonder, komt in verval. Hier een tekening uit 1600, de renbaan, met losse zuilen en obelisken in het midden.

constantinople_hippodrome De uitgever van de Hypnerotomachia, Aldo Manuzzi, begint zijn carrière in 1590 met enkel niet-klassieke Griekse uitgaves, maar begint vanaf 1495 met zijn uitgaves van Aristoteles. Dan volgen Aristophanes, Thucydides, Sophocles, Xenophon, Herodotus en Demostenes. Manuzi publiceert niet omdat hij de teksten leuk vind, maar omdat ze op het punt staan verloren te gaan. Dat maakt zijn onderneming niet minder commercieel, groffer geformuleerd zou je kunnen zeggen dat hij de juweeltjes uit de Byzantijnse bibliotheek steelt en ze voor de zwijnen gooit voor wat schamele parels.

De Venetiaans-Ottomaanse oorlog

Alle uitgaven van Manuzio trachten ofwel het klassieke buy celexa 10mg erfgoed te bewaren, ofwel een ontluikend Italiaans nationalisme (met Dante en …) en de Hypnerotomachia tracht een scharniertekst te zijn. Ik ga hier met opzet voorbij aan de illustere figuur van Francesco Colonna, die de auteur zou zijn volgens het acrostichon in de hoofdstuktitels. Voor mij is hij deel van de fictie, hoewel misschien gebaseert op een bekend stadsfiguur. De uitgeverij en plaats van uitgave is een veel stabieler, doch breder uitgangsbasis om de publicatie te bekijken. Tussen edities van grote Italiaanse dichters en de giganten van de klassieke letterkunde, komt Manuzio plots met dit vreemde boek op de proppen.

Geen enkele tekst van een Latijns of Grieks auteur vertelt het verhaal van de Hypnerotomachia, waarin Poliphilus in een droom (als ware het een tv-journaal) van Treviso in Italië naar een geruïneerd Constantinopel werd geteleporteerd. En er is een reden waarom men dit in 1499 in herinnering wil brengen: de eens zo machtige Ventiaanse vloot krijgt in de zomer 1499 rake klappen van de Turken tijdens de eerse slag bij Lepanto3: het droomvisioen van Poliphilus slaat niet op de historische vernietiging van Constantinopel 50 jaar eerder, maar waarschuwt ook voor een mogelijke vernietiging van de Venetië, wiens macht op dat moment inderdaad al aan het tanen was. Los van alles filosofische wijsheden en esoterische, alchemistische spelletjes in de ontstaansruimte van dit boek heel concreet: het kan zelfs als een politiek manifest of een fondsenwervingscampagne voor de oorlog tegen de Turken gezien worden.

De Venetianen die dit boek ergens in 1499 in de handen kregen (de rijke handelslieden natuurlijk) wisten natuurlijk dat er een oorlog gaande was en waren zich bewust van welke vernietiging een oorlog met zich meebrengt. Oorlog was in die tijd: stad aanvallen, plunderen (troepen betalen) en alles wegsleuren wat niet te zwaar of te heet is – en er was wat te halen op San Marco.

Treviso, 1467

De Hypnerotomachia echoot de vernietiging van Constantinopel in 1453, die op haar beurt de val van Rome 1000 jaar eerder in herinnering brengt, maar projecteert ook in de toekomst, en niet alleen als een waarschuwing. Het gaat hier over het opmerkelijke stukje tekst aan het einde van het boek, waar de droom van Poliphilus een exacte plaats in tijd en ruimte krijgt:

Te Treviso, waar Polifiel in de mooie ketens van de liefde door Polia werd vastgehouden in het jaar duizend vierhonderd zevenenzestig, op de eerste dag van de maand mei. (Kerver 1554:157b – mijn vertaling)

Treviso sloot in 1339 aan bij Venetië na jarenlang de inzet te zijn geweest van oorlogen tussen de plaatselijke koninkrijken. Het werd zo Venetiës eerste nederzetting op het vasteland. Na een korte periode onder Oostenrijks bewind, kwam het terug naar de Venetianen die onmiddellijk de stad begonnen te versterken met omwallingen. Die werden nogmaals uitgebreid en verbeterd in de 15e eeuw door meesterarchitect Fra Giovanni Giacondo (1433-1515), een dominicaner monnik die later tot de franciscanen toetrad en de architect van de versterking rond Treviso was. Opmerkelijker nog, hij had ook contacten aan het Franse hof te Parijs voor de herstelling van de Notre Dame de Paris en ontdekte daar tussen 1496 en 1499 de brieven van Plinius. Hij liet die later via de Venetiaanse ambassadeur aan Aldo Manuzio bezorgde, die ze enige tijd later publiceerde. (4) Hij werd zelfs adviseur van Lodewijk XII, de vader van de Franse renaissancekoning Frans I die een privilige verleende aan Kerver voor het alleenrecht op het verspreiden van de Hypnerotomachia). Dit was voornamelijk omdat Venetië Frankrijk steunde in hun oorlog tegen de koning van Napels. De relatie Constantinopel – Venetië – Parijs is dus geen toevalligheid, maar een bestaande historische connectie. De banden tussen Venetië en het Europese binnenland dateren al van in de tijd van de Byzantijnse ban, na de vierde kruistocht.

D.F. Wallace ‘Alles is groen’

Ze zegt dat het haar niet kan schelen of je me gelooft of niet, het is toch de waarheid, geloof maar zelf wat je wilt. Het is dus zeker dat ze liegt. Als het de waarheid is, dan gaat ze uit d’r bol om ervoor te zorgen dat je haar gelooft. Ik ben dus wel zeker.

Ze steekt op en kijkt van me weg, met haar opgestoken sigaret, door een nat raam en ik voel niet aan wat ik zeggen moet.

Ik zeg Mayfly ik kan niet voelen wat te zeggen of te doen of je nog te geloven. Maar er is iets wat ik weet. Ik weet dat ik ouder ben en jij niet. En ik geef je alles wat ik te geven heb, met mijn handen en mijn hart, allebei. Alles dat ik in me heb, heb ik aan jou gegeeft. Ik heb alles onder controle en werk braaf elke dag. Jij bent voor mij de reden dat ik doe wat ik doe. Ik heb geprobeerd om je een thuis te geven, waar je in wonen kunt, en om er iets moois van te maken.

Ik steek zelf op en gooi de lucifer in de gootsteen bij andere lucifers en borden en een sponsje en meer van dat soort dingen.

Ik zeg Mayfly, mijn hart is voor jou al de halve wereld afgereisd, maar ik ben achtenveertig jaar oud. Het is tijd geworden dat ik me niet meer laat voortdrijven. Ik moet de tijd die mij nog rest gebruiken om alles in orde te brengen. Ik moet proberen te voelen hoezeer ik dat nodig heb. Ik heb noden die zelf jij niet meer kunt zien, omdat zoveel van je eigen noden in de weg zitten.

Ze zegt niets en ik kijk naar haar raam en ik kan voelen dat ze weet dat ik ervan weet, en ze gaat anders zitten op de ligbank. Ze trekt haar benen onder zich op, in een shortje.

Ik zeg het maakt buy generic celexa echt niet uit wat ik gezien heb of denk dat ik gezien heb. Daar gaat het niet meer over. Ik weet dat ik ouder ben, en jij niet. Maar nu heb ik het gevoel dat alles van mij in jou gaat en er niets van jou terugkomt.

D’r haar staat omhoog met een baret en pins en haar kin ligt in haar hand, het is vroeg, zij ziet eruit alsof ze wegdroomt bij het zuivere licht door het natte raam boven mijn ligbank.

Alles is groen, zegt ze. Kijk, hoe groen het allemaal is, Mitch. Hoe kun je zeggen wat je zegt dat je voelt als alles buiten zo groen is als het is.

De raam boven de gootsteen van mijn kitchenette is schoongewassen van de zware regen gisterenavond en het is een ochtend met een zon, het is nog vroeg en buiten is het één groene rommelhoop. De bomen zijn groen en wat gras voorbij de verkeersdrempel is groen en afgeknipt. Maar alles is niet groen. De andere woonwagens zijn niet groen en mijn kaarttafel met putjes in lijnen en blikjes en peuken zwemmend in de asbak is niet groen, of mijn truck, of de gravel op de oprijlaan, of het grote speelgoedstuur dat op zijn kant ligt onder de wasdraad zonder was aan, naast de volgende wagen, bij die gast met die kinderen.

Alles is groen, dat zegt ze. Ze fluistert het en het gefluister is niet meer voor mij bedoeld en ik weet het.

Ik trek aan mijn sigaret en laat de ochtend achter mij met is waarlijks is mijn mond. Ik keer mij naar haar toe, daar in het licht, op mijn ligbank.

Ze kijkt naar buiten, van waar ze zit, en ik kijk haar aan, en er is iets in mij dat niet dichterbij kan komen, door dat kijken. Mayfly heeft een lichaam. En zij is mijn ochtend. Noem haar naam.