Trumf

overcombIk was nog maar net naar beneden gesukkeld, half wakker en mij ook van geen aanslag op de mensheid bewust, toen mijn vrouw mij er ernstig op attendeerde: “Kun je dat geloven: Trump heeft gewonnen!”  Ik vreesde natuurlijk het allerergste (fatalistisch als ik ben), maar het viel echt reuze mee: er was zelfs nog koffie.

De kinderen waren ook bezorgd: “Papa, Trump heeft gewonnen!” en ik zei zoiets van “Remco, wij wonen nog altijd in België en dat is Amerika. De mensen in Amerika hebben gestemd en Trump heeft gewonnen, maar er is nog nooit een president geweest die Amerika helemaal heeft kunnen veranderen.”

Gisteren belde ik met m’n moeder om een bezoekje te regelen en ze zei: “Ja, goed dat ge belt, ik was nog maar zjuust terug van winkel, want we waren zo laat opgestaan. Ik kon weer ni slapen, naar de verkiezingen in Amerika gekeken, hebt ge dat gezien van dieje… euh… Trumf? Ik ben onze pa nog gaan oproepen want die sliep al…”

Neen, ik had het niet gezien. Ik lees geen kranten en kijk geen nieuws meer, maar het is duidelijk dat zelfs zo er geen ontsnappen aan is. Het is ook niet correct: ik lees en kijk wel, maar enkel in meta-modus: niet om te kijken wat er gebeurd is, maar om te zien hoe er bericht wordt.  Vooral dat vond ik net zo angstaanjagend: de absolute éénstemmigheid in de afkeuring van een presidentskandidaat zowel in Europa en US, bij democraten en zelfs bij veel republikeinen, ter linker en ter rechter zijde, door oud en jong, in mainstream – en sociale media…

In het postmoderne discours maakt de connotatie niets meer uit: of je iemand ophemelt of uitscheldt maakt niet zoveel meer uit.  Het is minder belangrijk wat er over je gezegd en geschreven wordt dan hoeveel er over je wordt bericht.

De beste beschrijving lijkt mij: This presidential election had ‘Trump’ written all over it — no wonder that this was the name that came out of the ballot box.